Stookinstallaties (motoren)

In de Regeling inrichtingen- en activiteiten BES staan regels voor stookinstallaties van 1 MWth of kleiner, die gestookt worden op standaard brandstoffen. De regels gaan over het tegengaan van luchtverontreiniging, het meten daarvan en tegengaan van bodemverontreiniging.

Op deze pagina:

Wat is een stookinstallatie

Stookinstallaties zijn niet alleen ketels waarin brandstof wordt verstookt, maar ook verbrandingsmotoren. Dit gaat om installaties, zoals noodstroominstallaties, generatoren, turbines. Wat een standaard brandstof is, staat omschreven in het Inrichtingen- en Activiteiten BES. Het gaat hierbij om:

  • propaangas
  • butaangas
  • vloeibare brandstoffen, zoals benzine, diesel, kerosine, maar ook biodiesel die voldoet aan NEN-EN 14214

Verboden en voorwaarden

Tegengaan luchtverontreiniging

Een stookinstallatie veroorzaakt luchtverontreiniging. Deze kunt u beperken door te zorgen voor een goede afstelling van de installatie. Het is daarnaast belangrijk dat u perioden van opstarten en stilleggen van de stookinstallatie zo kort mogelijk houdt. Op deze manier voorkomt u de vorming van extra verontreiniging.

Uw stookinstallatie mag niet meer emissies uitstoten dan de vastgestelde emissiegrenswaarde. Deze staan hieronder in de tabel.

Emissiegrenswaarden stookinstallaties
Brandstof Installatie Stikstofoxiden (NOx) in mg/Nm3 Zwaveldioxide (SO2) in mg/Nm3 Totaal stof in mg/Nm3
Vloeibaar Stookinstallatie groter dan 0,4 MWth 120 200 20
Verbrandingsmotor 150 65 20
Gasturbine 50 75 5
Gas Stookinstallatie groter dan 0,4 MWth 140 - -
Verbrandingsmotor 115 - -
Gasturbine 50 15 -

Wanneer geldt er geen emissiegrenswaarde

In sommige gevallen hoeft uw stookinstallatie niet te voldoen aan de emissiegrenswaarden.

500 uurregeling

Als uw stookinstallatie minder dan 500 uur per jaar in bedrijf is, gelden geen emissiegrenswaarden. Om voor deze uitzondering in aanmerking te komen, moet u maandelijks het aantal uren registreren dat de stookinstallatie per jaar in bedrijf is. Dit kan u doen met een urenteller of een brandstofmeter.

Maar deze uitzondering geldt niet als u een dieselmotor gebruikt voor het opwekken van elektriciteit terwijl het openbare electriciteitsnet beschikbaar is en u geen geplande bedrijfsnoodzakelijke test doet.

Direct gestookte installaties

Als u een stookinstallatie heeft waarbij de gasvormige producten van het stookproces gebruikt worden voor het direct verwarmen, drogen of behandelen van voorwerpen of materialen. Voorbeelden hiervan zijn fakkels en direct gestookte ovens en drogers.

Meten en berekenen van de emissiegrenswaarden

Om te controleren of de emissies die uw stookinstallatie uitstoot onder de emissiegrenswaarden blijft, moet u als eigenaar van uw bedrijf minimaal eens in de 4 jaar een meting uit laten voeren.

De meting voor stikstofoxiden, zwaveldioxide, totaal stof moet herleid worden naar een specifiek zuurstofgehalte. Op die manier kunnen de emissies vergeleken worden met de emissiegrenswaarden.

Dit zijn:

  • 15% voor verbrandingsmotoren of gasturbines
  • 3% in alle andere gevallen

Daarnaast berekent u de uitstoot van stikstofoxiden door de massaconcentratie stikstofoxiden (NOx) uit te drukken in massaconcentratie stikstofdioxide (NO2).

Bodembescherming

Wanneer u de stookinstallatie vult of leegt met een vloeibare brandstof, moet u voorkomen dat er bodemverontreiniging optreedt. Daarbij moet u dit doen boven een aaneengesloten bodemvoorziening. Op die manier voorkomt u dat de bodem verontreinigd wordt met de brandstof.